Vorming

 

Vanuit onze praktijk geven wij al vele jaren interessante en praktische vormingen of studiedagen ivm het werken met kinderen.

Soorten vormingen

 

  • Pedagogische studiedagen op vraag van een school (kleuter-, basis- en buitengewoon onderwijs)

 

  • Navormingen en bijscholingen op vraag van verschillende hogescholen (CNO UIAntwerpen, Leon Mechelen, PDCL Heverlee, PEDIC Gent) over volgende thema’s:​ faalangst, schrijfmotoriek, schoolrijpheid, fijnmotoriek, diagnostiek en richtingsmoeilijkheden.

  • Workshops, cursussen en coachingsessies

 

  • Bijscholingen op vraag van beroepsverenigingen (logopedisten, psychologen, kinesitherapeuten)

Neem vrijblijvend contact op met onze praktijk voor meer informatie.

 

 

Welke thema’s

 

Er worden vormingen en bijscholingen gegeven over volgende thema’s:

​​

“Ik kan dat niet!”. Omgaan met faalangst bij kinderen

Tijdens deze voordracht krijgt u een antwoord op volgende vragen:

  • Waarom zeggen kinderen ‘Ik kan dat niet!’?

  • Welke kinderen zeggen dit vooral?

  • Welk is de boodschap die ze hiermee willen overbrengen?

  • Wat is angst en wanneer is bang zijn een probleem?

  • Hoe ontstaat faalangst?

  • Welke soorten faalangst zijn er?

  • Wat is motoriek, wat is psychomotoriek en wie werkt hieraan?

  • Wat is verwachting en wat is realiteit?

  • Welk is de taak van de verschillende participanten?

  • Hoe zit het met faalangst en schoolrijpheid?

  • Waarom willen sommige kinderen niet tekenen, puzzelen, schrijven?

  • Wat met leerproblemen en schrijfmotorische problemen?

  • Hoe reageer je best als je kind zegt ‘Ik kan dat niet!’?

  • Wat mag je zeker niet doen en wat kan je wel doen?

  • Wanneer moeten we hulp zoeken?

  • Hoe vermijden we dat onze kinderen zeggen ‘Ik kan dat niet!’?

  • Hoe brengen we onze kinderen er toe om een opdracht toch te volbrengen?

  • Welke oefeningen zijn er belangrijk en waarom?

  • Hoe kunnen ouders, grootouders en leerkrachten best samenwerken in het voordeel van het kind?

“Wie schrijft die blijft!”. Schrijfmotoriek: mogelijkheden en beperkingen.

Tijdens deze voordracht krijgt u een antwoord op volgende vragen:

  • Wat is schrijven?

  • Welk zijn de voorwaarden om te kunnen schrijven?

  • Wanneer begint het schrijfonderricht?

  • Mogen kleuters schrijven?

  • Hoe is de opbouw van tekenen?

  • Welk is de functie van de schrijfmotorische krullen of lussen?

  • Hoe gaan we het schrijven evalueren?

  • Welk is de juiste potloodgreep en waarom?

  • Wanneer moet de correcte potloodgreep aangeleerd worden?

  • Wanneer is een schrijfmethode goed?

  • Welk is de taak van alle participanten bij het schrijven: schoolteam, kleuterleidster, leerkracht, gymleerkracht, ouders, CLB, kind, therapeut,...?

  • Welke schrijfmoeilijkheden zijn er?

  • Welke schrijfproblemen kunnen er voorkomen?

  • Wat doen we met begrippen als lateralisatie en richtingsmoeilijkheden?

  • Welke hulpmiddelen zijn er om het schrijven te vergemakkelijken?

  • Welke adviezen en tips zijn er om de schrijfmoeilijkheden en -problemen te verhelpen?

  • Wanneer moeten leerkrachten kinderen verwijzen voor schrijfmotorische diagnostiek?

  • Wat met leerproblemen, dyslexie, ADHD, NLD, dyspraxie, ruimtelijke problemen...?

“Juf, mag ik overvaren?”. Schoolrijpheid: vlotte overgang van kleuterschool naar het eerste leerjaar.

Tijdens deze voordracht krijgt u een antwoord op volgende vragen:

  • Wat is het verschil tussen de laatste kleuterklas en het eerste leerjaar en hoe komt het dat we de overgang nog steeds als een grote sprong zien?

  • Wat is schoolrijpheid en welke factoren spelen hierbij een rol?

  • Welke zijn de voorwaarden voor schoolrijpheid en wat moet een kind dan kennen en kunnen?

  • Wat is het verschil tussen ‘Juf, mag ik overvaren?’ en ‘Juf, wil ik overvaren?’.

  • Hoe denken kinderen zelf over schoolrijpheid en welke thema’s zijn voor hen belangrijk?

  • Welke metaforen omschrijven schoolrijpheid het best?

  • Hoe gaan we schoolrijpheid bepalen en meten?

  • Hoe is de opbouw van tekenen en hoe kunnen we hier rekening mee houden?

  • Wie bepaalt er of een kind schoolrijp is en hoe gebeurt dit dan?

  • Welke kanalen zijn er belangrijk bij het bepalen van schoolrijpheid?

  • Wat is een goede schoolrijpheidsproef en hoe moeten we hiermee omgaan?

  • Welke mogelijke adviezen zijn er en wat kunnen we doen als je kind niet naar het eerste leerjaar kan?

  • Hoe zorgen we voor een vlotte overgang?

  • Wat kunnen ouders, school en leerkracht doen om een kleuter te begeleiden naar schoolrijpheid? Wat kunnen we best niet doen?

  • Welke oefeningen en activiteiten kunnen we doen en welke oefenblaadjes zijn goed?

  • Welke alarmsignalen zijn er ivm schoolrijpheid en hoe pakken we specifieke problemen aan?

  • Welke misvattingen zijn er ivm schoolrijpheid?

 

“Ik zie het anders!”. Omgaan met richtingsmoeilijkheden en spiegelen bij kinderen.

Tijdens deze voordracht krijgt u een antwoord op volgende vragen:

  • Wat zijn richtingsmoeilijkheden en welke signalen zijn er?

  • Hoe komt het dat kinderen spiegelen en letters en cijfers omkeren?

  • Wat is nog normaal en wanneer is het een probleem?

  • Wat is het verschil tussen richtingsmoeilijkheden en –problemen?

  • Welke aanverwante problemen zijn er?

  • Is dit dan dyslexie en dyscalculie?

  • Wat kunnen we doen bij richtingsmoeilijkheden?

  • Dit is niet fout: voorbeelden van anders redeneren.

  • Welke feedback wordt er gegeven en kan dit anders?

  • Welke oefeningen kunnen we geven aan kinderen met richtingsmoeilijkheden?

  • Wat is de link met faalangst, schrijven, lezen, schoolrijpheid?

 

“Ik kan het niet zo fijn!”. Omgaan met fijnmotorische moeilijkheden bij kinderen.

Tijdens deze voordracht krijgt u een antwoord op volgende vragen:

  • Wat is fijnmotoriek?

  • Wat is ooghandcoördinatie?

  • Dat is visuomotoriek?

  • Welke kinderen hebben fijnmotorische moeilijkheden?

  • Wat is schrijven?

  • Wat is een  correcte potloodgreep en wie moet daar voor zorgen?

  • Hoe leren we kinderen puzzelen?

  • Waarom is inkleuren belangrijk?

  • Hoe is de opbouw van tekenen?

  • waarom zijn schrijfmotorische krullen zo belangrijk?

  • Wanneer is een schrijfmethode goed?

  • Hoe leren we schuine lijnen aan?

  • Hoe is de opbouw voor raamfiguren?

  • Wat is het verschil tussen grafomotoriek en schrijfmotoriek?

  • Hoe ontstaat faalangst en ontwijkingsgedrag?

  • Welk speelgoed is belangrijk voor kinderen?

 

 

 

“Wat beweegt onze kinderen? Of niet?”. Diagnostiek en therapie: kijken naar en werken met kinderen.

Tijdens deze voordracht krijgt u een antwoord op volgende vragen:

  • Waarom willen sommige kinderen niet tekenen, inkleuren of puzzelen?

  • Hoe ontstaat faalangst?

  • Wat is goede diagnostiek?

  • Wat is goede therapie?

  • Wat kan je thuis doen?

  • Wanneer moeten we ons zorgen maken?

  • Wanneer kan je kinderen best verwijzen voor verder onderzoek of begeleiding?

  • Welke sporten zijn goed voor kinderen?

  • Welk speelgoed is aan te raden?

  • Welke tests zijn belangrijk en welke onderdelen moeten onderzocht worden?

  • Wat is het –erenschema en wie doet wat?

  • Wanneer spreken we van onhandigheid?

  • wat is dyspraxie?

“Ik kan dat (nog) niet!” Omgaan met faalangst en zwakke schoolrijpheid.

Kinderen die zeggen “Ik kan dat (nog) niet!” geven een duidelijke boodschap. Faalangst en een gebrek aan zelfvertrouwen komen veel voor bij onze kinderen. De overgang van de kleuterklas naar de basisschool is een belangrijk kantelmoment en nog steeds een grote stap. Veel kinderen zijn op 6 jaar nog niet schoolrijp en proberen te ‘ontwijken’.

We geven antwoorden op volgende vragen:

 

  • Wat is het verschil tussen laatste kleuterklas en eerste leerjaar?

  • Wat is schoolrijpheid?

  • Wat is visuomotoriek?

  • Wat is het verschil tussen “mag ik overvaren?” en “wil ik overvaren?”

  • Hoe meten we de schoolrijpheid?

  • Wat is een goede schoolrijpheidsproef?

  • Hoe zorgen we voor een vlotte overgang?

  • Welke alarmsignalen zijn er voor faalangst?

  • Hoe ontstaat faalangst?

  • Hoe vermijden we “Ik kan dat niet!”?

  • Hoe zorgen we ervoor dat kinderen toch een opdracht uitvoeren?

“Ik zie het anders!” Omgaan met richtingsmoeilijkheden en spiegelen bij kinderen.

Richtingsmoeilijkheden zorgen bij kinderen voor grote moeilijkheden met lezen, schrijven, rekenen en ook met plannen en structureren. Bij leerkrachten en ouders zorgt dit soms voor verwarring en onbegrip. Dit alles kan leiden tot leerproblemen, faalangst, zwakke concentratie, vermoeidheid, weigeren, schoolmoeheid,...

We geven antwoorden op volgende vragen:

  • Wat zijn richtingsmoeilijkheden en welke signalen zijn er?

  • Hoe komt het dat kinderen spiegelen?

  • Wat is nog normaal en wat is een probleem?

  • Welke aanverwante problemen zijn er?

  • Wat is het verschil tussen richtingsmoeilijkheden en –problemen?

  • Wat doen we best bij richtingsmoeilijkheden?

  • Hoe redeneren deze kinderen?

  • Welke feedback geven we en kan dit anders?

  • Welke oefeningen en hulpmiddelen?

  • Wat is de link met faalangst, schrijven, lezen?

  • Is dit dan dyslexie of dyscalculie?

“Ik leer schrijven!” Schrijfmotoriek: voorbereiding, mogelijkheden, moeilijkheden en beperkingen.

Schrijfmotoriek als psychomotorische activiteit op maat van het kind.

We geven antwoorden op volgende vragen:

  • Wat is schrijven en waarom is dit zo moeilijk?

  • Wat zijn de deelbewegingen van het schrijven?

  • Wat zijn de deelvaardigheden van schrijven?

  • Hoe is de correcte potloodgreep en waarom?

  • Aanleren potloodgreep: wie, wanneer, hoe?

  • Hoe is de juiste schrijfhouding?

  • Wat is de taak van de verschillende participanten?

  • Wat is een goede voorbereiding ?

  • Wat is een goede schrijfmethode?

  • Welk schrijfmateriaal is goed?

  • Welke oefeningen zijn goed?

  • Welke moeilijkheden zijn er?

  • Wanneer moeten we verwijzen?

  • Wanneer gebruiken we een computer?

“Ik kan het niet zo fijn!” Over fijnmotoriek, motorische precisie, visuomotoriek, coördinatie, schrijfmotoriek en faalangst.

Fijnmotoriek is een ruim en complex begrip. Een zwakke fijnmotoriek heeft een grote invloed op het schools functioneren en dit zowel bij kleuters als bij lagere schoolkinderen. We doen tijdens deze studiedag een vijftigtal fijnmotorische oefeningen en we bekijken hoe we het verschil kunnen maken voor kinderen.

 

We geven antwoorden op volgende vragen:

  • Wat is fijnmotoriek?

  • Wat is ooghandcoördinatie?

  • Wat is visuomotoriek?

  • Wat is grafomotoriek?

  • Waarom moeten kinderen inkleuren en tekenen?

  • Waarom maken we schrijfkrullen?

  • Waarom zijn schuine lijnen zo moeilijk?

  • Hoe leren we best puzzelen?

  • Wat is het belang van raamfiguren?

  • Welke oefeningen en activiteiten zijn goed om kinderen te stimuleren?

 
 
 
 
 
 
 
 
 

Contacteer ons

© Copyright 2018 ramses

Tel: 016 / 23 19 07

Adres

E. Carleerlaan 29

3012 Wilsele (Leuven)