Zoeken
  • Marc Litière

Het meten van schoolrijpheid.

Bijgewerkt: mrt 31

“En hoe waren de resultaten op de schoolrijpheidsproef? “ Vraagt de vader aan de kleuterjuf en met deze vraag wordt soms de hele complexe schoolrijpheid herleid tot een bepaalde score op enkele proefjes. Anderzijds beginnen leerkrachten in februari of maart ook hun ouderavond met “Uw zoon scoorde zwak op de schoolrijpheidsproef en het zal moeilijk zijn om over te gaan!”


Er is een groot verschil tussen het ‘bepalen’ en het ‘meten’ van schoolrijpheid. Om schoolrijpheid te bepalen zijn er vier kanalen en slechts één van deze kanalen is het ‘meten’ door een schoolrijpheidsproef. Hiernaast zijn er verschillende andere kanalen: de mening en het gevoel van het kind, de mening en het gevoel van de ouders en het gevoel en ervaring van de leerkracht. Het is erg belangrijk om deze drie kanalen te bekijken en te luisteren naar deze meningen en gevoelens. Terwijl het momenteel wel lijkt alsof de schoolrijpheidsproef de waarheid in pacht heeft, is dit absoluut niet waar en wordt het tijd om veel meer belang te hechten aan het gevoel en het ervaren van kind, ouders en leerkracht.


Dus laat ons alles eens omdraaien en niet kijken naar de schoolrijpheidsproef als de ultieme proef, maar laat ons vertrekken van wat kinderen, ouders en leerkachten zeggen en voelen. Persoonlijk heb ik al honderden laatste kleuterklassers onderzocht en begeleid die mij vertelden dat ze eigenlijk niet naar het eerste leerjaar wilden gaan en dit omwille van verschillende redenen. Hierbij komen er toch wel enkele belangrijke thema’s naar voor: bang zijn, niet weten wat er gebeurt in het eerste leerjaar, boze en strenge juf in het eerste leerjaar, slim moeten zijn omdat je moet lezen, rekenen en schrijven en één van de hoofdredenen komt steeds terug: “ik mag daar niet meer spelen!”. Speelvogel als ik ben stel ik mij dan de vraag: “En waarom mogen kinderen in het eerste leerjaar niet meer spelen?”.


Wat het slim zijn betreft: de meeste schoolrijpheidsproeven zijn erg cognitief en de motoriek en het sociaal-emotionele wordt niet gemeten. Dus een kind dat goed scoort op een schoolrijpheidsproef, maar motorisch zwak is en helemaal niet naar het eerste leerjaar wil gaan, zou toch mogen of moeten overgaan. En wat gebeurt er dan in het eerste leerjaar als een kind cognitief goed scort, maar bang is, faalangst heeft en een zwakke motoriek heeft en dus niet tot vlot schrijven komt? Een complexe materie en zeer boeiend, maar gelijktijdig weer een pleidooi voor luisteren en kijken naar kinderen en ook een vraag naar duidelijke communicatie. Dus het wordt tijd dat de schoolrijpheidsproef van zijn voetstuk wordt gehaald. Een schoolrijpheidsproef heeft natuurlijk ook voordelen, maar ook nadelen en in het boek over schoolrijpheid leg ik deze uit alsook aan welke voorwaarden een schoolrijpheidsproef moet voldoen om goed te zijn. We moeten de schoolrijpheidsproeven niet weggooien, maar we moeten ze kritisch bekijken en ze de waarde geven die ze verdienen. Niet meer en niet minder. Ze zijn niet meer waard dan de informatie uit de andere kanalen.


En wat het eerste leerjaar betreft: zet daar eens snel een zandbak in de klas en blokken en poppen en auto’s; de kinderen zullen u zeer danbaar zijn... en ik ook.

62 keer bekeken

Contacteer ons

© Copyright 2018 ramses

Tel: 016 / 23 19 07

Adres

E. Carleerlaan 29

3012 Wilsele (Leuven)